Het Grote Duiden

jackson pollock

Stel, u vraagt uw geliefde hoeveel die van u houdt en het antwoord is ‘redelijk veel’. Bent u dan gerustgesteld? Of had u liever ‘heel veel’ willen horen? Stel: na stemming blijkt dat twee derde van de medewerkers het nieuwe beleid steunt en een derde niet. Is dat dan goed en genoeg? Of is dat derde deel te groot en onrustbarend?

Onderzoek levert heldere uitkomsten op: zoveel procent is voor, zoveel procent is tegen; 60% steunt het voorstel, 35% wijst het af (meestal moet 5% het antwoord schuldig blijven). Maar hoe duidelijk de resultaten ook mogen zijn, dan nog blijft de vraag: hoe moet je ze duiden? Wat voor de een veel is, is weinig voor de ander. Wat is veel? En wanneer is iets goed? Het beantwoorden van deze vragen mag lastig lijken; er is uitkomst. Er zijn mensen (in alle soorten en maten) die het tot hun taak rekenen om feiten te duiden. De meer exotische soort (meestal zieners, verlichten en zich ‘medium’ noemende duiders die zich uit roeping wijden aan het brengen van licht in de duisternis van niet ingewijden) en de meer ‘down to earth’se variant;  de professionals, die op grond van kennis, ervaring en hun expertise in het vakgebied, menen beter geëquipeerd te zijn voor het begrijpen van de context, voor het leggen van verbanden, voor het geven van betekenis.

shaman symbols

In het afgelopen jaar hebben twee beroepsgroepen – de journalisten van de schrijvende pers en professionele onderzoekers –  zich nadrukkelijk opgeworpen als Grote Duiders. De journalisten (met name die van de dagbladpers) deden dat als antwoord op de bedreigingen van internet en sociale media voor de positie van de dagbladen. Nieuws – zo is de redenatie – mag vandaag de dag overal en altijd met een muisklik beschikbaar zijn, mensen zullen eeuwig – zo bezweren de journalisten – behoefte aan duiding houden (en daarmee aan een krant). In vergelijkbare redeneertrant werd in kringen van professionele onderzoekers benadrukt dat iedereen tegenwoordig een (online) enquête kan houden, data kan verzamelen en resultaten kan genereren, maar dat het, als het gaat om het toekennen van betekenis aan het gevondene, neerkomt op expertise en ervaring: lees op de professionele onderzoeker. Terecht? Kunnen de – doorgaans hoog opgeleide – medewerkers bij een opdrachtgever dat niet? Ja, ze kunnen het wel, maar nee: ze zijn niet onafhankelijk. Een onderzoeker is dat – als het onderzoek volgens de regelen der kunst verloopt en de onderzoeker in kwestie integer is – wel.

De enige rechtvaardiging van de onderzoeker voor het spelen van de rol van duider, ligt in diens onafhankelijkheid. Anders dan de – mensen van – de opdrachtgever, kan een onderzoeker resultaten onbevooroordeeld onder ogen zien. En dat leidt wellicht tot andere conclusies dan de betrokkenen (die belang hebben bij een uitkomst) voor ogen staat. Illustratief is de gang van zaken bij de spoorwegen die midden december 2010 grote problemen ondervonden door de vroeg ingetreden winter. Treinen vertraagden, vielen uit, werden korter gemaakt, dienstregelingen werden beperkt en desondanks nog niet gehaald. Harde cijfers ontbraken, maar voor reizigers, de publieke opinie en de politiek was het duidelijk: de NS faalde. De NS daarentegen, zo las ik in het NRC van 22 december, kwam op grond van dezelfde feiten tot de slotsom dat ‘het eigenlijk best wel redelijk’ ging en noemde de bewering dat het niet goed zou gaan, een ‘waardeoordeel’. De feiten waren duidelijk; de duiding verschilde. De belangen duidelijk ook. Ach…het blijft mensenwerk. Overigens kom ik, ondanks mijn kennis en beroepsmatige expertise, zelf ook nog met enige regelmaat in de problemen.  Dan kijk ik naar mijn wijnglas en vraag me af: is dat nu halfvol, of is het halfleeg?

rode wijn

Warning: count(): Parameter must be an array or an object that implements Countable in /www/wp-includes/class-wp-comment-query.php on line 399

Geef een reactie